De brieven van Plantin

Het was leuk om de Vrienden zo’n grote getale aanwezig te zien op 17 mei 2022.
Was het de smeulende honger naar cultuur of was het de reputatie van Dirk Imhof die hen naar MPM bracht? Het auditorium was volzet.

Deze lezing moest in feite in 2020 doorgaan in het kader van de 500e verjaardag van C.Plantin, maar het gekende virus strooide roet in het eten. Dit werd nu goedgemaakt.

Dirk Imhof voorstellen is waarschijnlijk niet nodig. Hij kent dit onderwerp tot in de puntjes, (wat trouwens ook van de andere items van het museum het geval is).

De correspondentie van Cristoffel Plantin voorstellen is waarschijnlijk ook overbodig.
Destijds was het de gewoonte dat briefwisseling werd bewaard. Dat was bij Plantin niet anders. Hij schreef naar de machtigen der aarde, naar collega’s, naar geleerden, naar zijn zakenrelaties, in verschillende talen. De onderwerpen die hij aansneed gingen over zakelijke besprekingen, religieuze en maatschappelijke problemen, familieaangelegenheden, enz.
Het ontwerp van de brieven wordt in MPM bewaard.

Wat wel speciaal vuurwerk geeft is dat je Dirk en de brieven van Plantin bijeenzet.
Hij weet het interessante voor ons uit te zoeken, weet de pittige details boven te halen, de dingen waarvan je achteraf zegt: ‘Dat wist ik nu niet’.

Het is altijd een plezier en spannend om zijn bevindingen te horen vertellen.

Volgens de brief van Plantin aan Germain Vaillant de Guéllis van juli 1571 (gewoonlijk ‘monsieur de Pimpont’ genoemd) was deze zeer pissig omdat het werk dat hij gedrukt wou zien zo lang duurde. Plantin excuseerde zich bij de belangrijke man met allerlei smoesjes: eerst zei hij dat de censoren veel tijd hadden verloren omdat ze onvoldoende Grieks kenden. Nadien was het dan weer dat hij niet het juiste papier had kunnen vinden. Of ook dat de zetter die de tekst moest zetten gestorven was of dat het manuscript met een een lading naar Parijs verloren was gegaan. Later bleek dat daar niets van waar was: De censoren hadden eerder al boeken goedgekeurd met Griekse teksten; de dode zetter bleek nog ijverig aan het werk te zijn geweest.

De brief van Plantin aan zijn dochter Madeleine van 20-22 mei 1572.
De raad van Plantin aan zijn dochter Madeleine Plantijn is een vaderlijke vermaning. Hij predikt zijn dochter de principes die hij zijn kinderen altijd heeft geleerd: de diepste nederigheid. Hij geeft haar raad voor haar toekomstig huwelijk en, wat minder natuurlijk is, leert hij haar onderwerping aan onze moeder de Heilige Kerk en waarschuwt haar tegen alle ketterij als tegen een dodelijk vergif.

Het was ook leuk te horen dat Max Rooses in al zijn haast om de brieven van Plantin te publiceren zich blijkbaar al eens had vergist volgens de auteur van de Brieven van Montanus, .A.D.Perez. Zo noteerde Rooses in de brief van B. Arias Montanus aan Jan Moretus van 7 juli 1575 ‘amoris familia’ (huis der liefde) i.p.v. ‘omnis familia’ de hele familie.

Ook had deze in de brief van Plantin aan Benidictus Montanus van 10-19 april 1576 het woord simque in de zin ‘simque praeterea habiturus habitationem commodam cum horto satis amplo’ (en ik ga een comfortabel huis hebben met een grote tuin) voor quimque gehouden, (vijf) wat ervoor zorgde dat er een discussie op gang kwam dat Plantin bovenop zijn 16 persen er nog vijf kon plaatsen.



Zo werden nog vele brieven door Dirk van plezierig en wetenswaardig van commentaar voorzien.

Wie meer wil weten kan het boek van Dirk, Cristophe Plantin’s Correspondence, kopen in de shop.

De Vrienden MPM danken Dirk Imhof hartelijk voor deze -alweer- zeer interessante lezing.


Guicciardini 500 jaar

In 2021 is het 500 jaar geleden dat de beroemde Florentijn Lodovico Guicciardini geboren werd (1521-1589). Het Museum Plantin-Moretus gedenkt deze bijzondere man met de tentoonstelling Komt een Italiaan naar de Nederlanden van 3 december 2021 tot 6 maart 2022. Meer hierover:
https://www.museumplantinmoretus.be/nl/komt-een-italiaan-naar-de-nederlanden 

Kris Geysen, assistent-conservator oude drukken en curator van de tentoonstelling, nodigde de Vrienden MPM uit om vooraf kennis te maken met de oorspronkelijke edities van de Descrittione di tutti i Paesi Bassi op 9 november 2021. De belangstelling was zodanig dat zij drie sessies moest organiseren.

Continue reading

De Vrienden startten hun activiteiten al op 2 januari met de herdenking van de inslag van een V2-bom op de Vrijdagmarkt.

Op 2 januari kwamen heel wat Vrienden naar de rondleidingen georganiseerd door bestuursleden Ann Van Houtte (‘s morgens)  en Hans De Smet (‘s middags).
Enerzijds wilden zij het Van Schoonbekejaar hiermee afsluiten en ook wilden zij de bominslag van de V2 herdenken die bijna ons geliefd museum had platgelegd, juist 75 jaar geleden.

Continue reading

Lezing over de remonstranten op 23 oktober 2019

Dit jaar viert de Remonstrantse Broederschap is zijn 400-jarig bestaan. Antwerpen speelt hierbij een centrale rol. Dit klein Nederlands kerkgenootschap is immers in 1619 opgericht in Antwerpen. Dissidente protestanten, in Dordrecht veroordeeld en het land uitgezet, hergroepeerden zich in deze inmiddels door en door katholieke stad en mochten er een paar jaar blijven, met de steun van de Antwerpse Jezuïeten. Eerder dan bij een zeer strenge interpretatie van het calvinisme, voelden zij zich thuis bij een bijbels gefundeerd humanistisch-christelijk geloof. (Vermoedelijk zullen ze in Christoffel Plantijn een geestverwant hebben gezien!).

Hoe protestanten onderling in hevig conflict raakten en een pleidooi voor tolerantie bijna uitliep op een burgeroorlog, en hoe in het Antwerpse een klein kerkgenootschap gestalte kreeg dat de humanistische waarden is blijven propageren, daarover ging deze lezing voor de Vrienden van het  Museum Plantin-Moretus.

Dat lichtte dr. Bert Dicou toe. Hij is remonstrants theoloog, medewerker van het Arminius Instituut in Amsterdam en predikant van de Protestantse kerk Antwerpen Zuid. Hij woont aan de Plantin- en Moretuslei. Hij werd ingeleid door ons bestuurslid Frans Van den Brande

DE GROTESKEN. EEN FASCINERENDE FANTASIEWERELD, bezoek aan de tentoonstelling

Op 3 juli 2019 bezochten talrijke Vrienden MPM de tentoonstelling De Grotesken, een fascinerende fantasiewereld in MPM. Er was zo veel belangstelling voor dat sommige leden helaas niet meer konden inschrijven. 
(Gelukkig was Virginie bereid om ook op 9 juli een extra rondleiding te geven.)

Zoals de gewoonte is bij de Vrienden MPM konden we weer beroep doen op een specialist ter zake: Virginie D’Haene, adjunct-conservator van het Prentenkabinet en een van de curatoren van de tentoonstelling. Zij had nog maar pas een groep belangstellenden enthousiast rondgeleid in de de tentoonstelling met meestertekeningen uit het Prentenkabinet in het Arentshuis in Brugge en wist ook nu weer de aanwezigen te boeien.

Continue reading

Uitstap naar het Arentshuis in Brugge: Meestertekeningen uit het Brugse Prentenkabinet

Op 28 juni 2019 bezocht een groep Vrienden MPM de tentoonstelling De sleutel tot alle kunsten. Meestertekeningen uit het Brugse prentenkabinet. Virginie D’Haene, assistent-conservator Prentenkabinet MPM, had ons uitgenodigd om ons rond te leiden in de tentoonstelling. Zij had mee de wetenschappelijke catalogus geredigeerd die naar aanleiding hiervan verscheen. Deze nieuwe, wetenschappelijke publicatie zet de vijftig meest boeiende 16de- tot vroeg 18de-eeuwse Europese tekeningen in een nieuw daglicht. 
Meer informatie: https://www.lannoo.be/nl/european-old-master-drawings

Het was een zeer leuk bezoek aan een pareltje van een tentoonstelling met prachtige tekeningen, ontwerpen en afgewerkte kunstwerkjes. Er lagen wel vergrootglazen ter beschikking van de bezoekers, maar wij hadden een veel beter middel om deze werken te bekijken: wij werden verwend door de uitleg van Virginie die ons wees op kleine speciale details in de productie van sommige tekeningen, leuke verhalen wist te vertellen over de inhoud van een tekening of bijzondere details gaf over de maker van de tekening.  Ook kon zij aan de hand van het bovengenoemde boek de link tonen tussen de oorspronkelijke tekening en het uiteindelijke werk.

[su_spoiler title=”meer | minder lezen” style=”simple” icon=”arrow”]Het Prentenkabinet van Musea Brugge bewaart al jaren met veel zorg oude meestertekeningen van onder andere Frans Floris, Roelandt Savery, Ambrosius Francken, Govert Flinck, Jan van Mieris, Federico Zuccaro, Jacques Callot en Pierre Mignard. Deze fragiele werken worden tegen het uv-licht beschermd en zijn normaal niet te zien en, maar voor deze collectiepresentatie worden ze heel uitzonderlijk tentoongesteld in het Arentshuis.

[su_row]
[su_column size=”1/3″]                     

Jacques Callot
Nancy 1592-1635
[/su_column]
[su_column size=”1/3″]                                  

Pieter Verbruggen II
Antwerpen 1648-1691[/su_column]
[su_column size=”1/3″]             

Hendrik Frans Verbruggen
Antwerpen 1634-1724[/su_column]
[/su_row]

[/su_spoiler]

Discipline en solidariteit in de Officina Plantiniana

Op donderdag 11 april 2019 gaf Kristof Selleslach, archivaris in MPM, een zeer gedocumenteerde lezing over de werkorganisatie in de Officina Plantiniana.
Het onderwerp sprak blijkbaar vele leden aan, want 30 van hen waren aanwezig.
Zij luisterden heel aandachtig en stelden na de lezing nog vele vragen voor aanvullende informatie.

Kristof Selleslach was zo vriendelijk  de tekst van zijn lezing te bezorgen.
Zo kunnen diegenen die niet aanwezig konden zijn ook genieten van de boeiende informatie over het reilen en zeilen van de werknemers van de Officina Plantiniana.

Pop-uptentoonstelling in MPM

Op 20 januari 2019 nodigde het museum de Vrienden uit om de pop-uptentoonstelling te bezoeken rond de topstukken die werden aangekocht door de Vlaamse Gemeenschap en de Koning Boudewijnstichting. Zij zullen in het Museum Plantin-Moretus worden bewaard en ontsloten.
De tentoonstelling was opgesteld in de leeszaal. Klein, maar exquise, voor fijnproevers.
Directeur Iris Kockelbergh gaf zelf toelichting bij deze collectie. 
Zij was begrijpelijk zeer op dreef: haar thesis aan de universiteit ging over de beelden van Hendrik-Frans Verbruggen, waarvan enkele van zijn talrijke tekeningen nu onderdeel van deze tentoonstelling uitmaakten. 

[su_spoiler title=”meer | minder lezen” style=”simple” icon=”arrow”]

De grootste aandacht ging dan ook uiteraard naar de tekeningen van de beeldhouwersfamilie Verbruggen.

Iris Kockelbergh bezorgde onderstaande informatie rond de tentoonstelling.

Het Prentenkabinet van het Museum Plantin-Moretus bezit een bijzondere collectie van een 1545 Zuid-Nederlandse beeldhouwerstekeningen. Het Prentenkabinet bewaart ook de beeldhouwerstekeningen van de collectie Van Herck. Een prachtige verzameling die in 1996 door de Koning Boudewijnstichting werd verworven. Hierdoor is de collectie in het Museum Plantin-Moretus de grootste verzameling Zuid-Nederlandse beeldhouwerstekeningen. De tekeningen zijn ruwe schetsen, ontwerpvarianten of afgewerkte en gedateerde tekeningen en dit op grote of kleine papiervellen, in schriftjes of in schetsboeken.

Voor de Zuidelijke Nederlanden van de 17e eeuw zijn beeldhouwerstekeningen nauw verbonden met barokke kerkinterieurs, een soort totaalkunstwerk dat bestaat uit altaren, preek- en biechtstoelen, communiebanken, grafstenen etc. Deze kunstwerken werden op bestelling gemaakt. Ze waren ook duur en dus werden contracten afgesloten met daarin afspraken over materialen, uitvoeringstermijn, kostprijs en ontwerp. Bij de onderhandelingen werden tekeningen gebruikt om tot een definitief ontwerp te komen. Beeldhouwerstekeningen geven dus een unieke inkijk in het tot stand komen van beeldhouwwerken.

De Italiaanse schetsboeken
In 2018 kon het museum de collectie beeldhouwerstekeningen aanvullen met drie schetsboeken die de barokkunstenaar Pieter II Verbruggen maakte tijdens zijn reis naar Italë. Deze aankoop gebeurde door de Vlaamse Gemeenschap en is een cruciale verrijking van onze verzameling beeldhouwerstekeningen. Het zijn unieke stukken, er zijn geen andere schetsboeken van Zuid-Nederlandse barokbeeldhouwers gekend.

Pieter II Verbruggen verbleef enkele jaren in Italië. Hij maakte in deze periode drie schetsboeken. Er zijn vier thema’s in terug te vinden: architectuur, altaren, grafmonumenten en fresco’s. Uit de schetsboeken blijkt dat Pieter II Verbruggen erg onder de indruk was van wat hij in Italië zag. Weer thuis zijn deze schetsboeken een blijvende bron van inspiratie voor hem, maar ook -en misschien vooral- voor zijn jongere broer Hendrik-Frans, die nooit een reis naar Italië maakte.

Altaren
Monumentale altaren waren oorspronkelijk eenvoudig portiek-altaren die dienden als omlijsting voor schilderijen. Langzaamaan worden het totaalkunstwerken die het schilderij naar de achtergrond verdringen. Het altaar wordt ruimtelijker, het komt los van de wand en wordt een volplastisch geheel, een kruising tussen architectuur en beeldhouwwerk. Voor de hoogaltaren van de Sint-Augustinuskerk te Antwerpen en de Sint-Baafskathedraal in Gent liet Frans-Hendrik zich duidelijk inspireren door het werk van Gianlorenzo Bernini, in de 17e eeuw dé sterarchitect en -beeldhouwer in Rome.
De zuilenarchitectuur, de frontons, de ronde altaarschilderijen en de engelen die deze schilderijen torsen, het is allemaal vintage Bernini. 

Epitafen en grafmonumenten
Er zijn drie soorten epitafen en grafmonumenten. De gewone opschrifttafels; een stenen tafel met tekst soms versierd met engeltjes. Er zij n ook de persoonlijke grafmonumenten met een beeltenis van de aflijvige en zijn wapenschild, soms gedragen door engeltjes. Tot slot zijn er de didactische monumenten met allegorische figuren zoals de Dood, de Tijd of de Eeuwigheid die een portret, buste of beeld van de overlevende omringen. In de grafmonumenten van Pieter I Verbruggen zijn deze architectuuromlijstingen stilistisch verwant aan de tekeningen in zijn Italiaanse schetsboekjes.

 

[su_box title=”De familie Verbruggen“]

Pieter I Verbruggen (Antwerpen 1615 – Antwerpen 1686) startte zijn opleiding bij Simon de Neve en voltooide die bij Erasmus Quellinus, wiens atelier hij overnam. Hij huwde de zus van Artus I Quellinus. Zijn grootst gekende project is het hoofdaltaar van de Sint-Pauluskerk te Antwerpen uit 1670.

Pieter II Verbruggen (Antwerpen 1648 – Antwerpen 1691) was de zoon en leerling van Pieter I Verbruggen. Tussen 1674 en 1677 verbleef hij in Rome. Omdat hij veel samenwerkte met zijn vader zijn er weinig zelfstandige werken van hem gekend. Hij onderscheidt zich in het maken van grafstenen.

Hendrik-Frans Verbruggen (Antwerpen 1652 – Antwerpen 1724) was ook een zoon van Peter I Verbruggen. Hij verliet al snel diens atelier. Hij geldt als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Antwerpse laatbarok. De hoogtepunten uit zijn zeer omvangrijke werk zijn de hoofdaltaren van de Sint-Baafskathedraal te Gent, De Sint-Augustinuskerk te Antwerpen, het hoogaltaar van de abdij te Tongerlo, de imposante preekstoelen van de Sint-Augustinuskerk van Antwerpen, de Sint-Michielskerk te Brussel, de Sint-Pieters-en-Pauluskerk te Mechelen. Het is vooral onder zijn impuls dat barokke kerkmeubels architectonisch en sculpturaal zelfstandige kunstwerken worden.

[/su_box]

De kaart van Utopia van Ortelius

Last but not least was er in de pop-uptentoonstelling ook nog de pas aangeworven kaart van Utopia van Ortelius.

Deze kaart werd zeer waarschijnlijk slechts op 12 exemplaren gedrukt. Ze waren bedoeld voor de Engelse markt. Dit is het enige nog bekende exemplaar. Deze kaart keert nu terug naar de plek waar ze eeuwen geleden werd gedrukt, dankzij de steun van de Koning Boudewijnstichting die de kaart in langdurige bruikleen aan het museum heeft gegeven.

Het boek Utopia (1516) is een satire op het Engeland en Europa van het begin van de 16e eeuw. Het beschrijft het denkbeeldige eiland Utopia, een land dat uitsluitend geregeerd wordt door de rede en waar egoïsme uit het privé- en publieke leven is gebannen. Thomas More schrijft een groot deel van dit boek tijdens een verblijf te Antwerpen. Ortelius baseert zich voor het ontwerp van zijn kaart Utopia heel getrouw op de aanwijzingen in het boek. Hij beschouwt de kaart als een intellectuele puzzel met grappige plaatsnamen in tien verschillende talen.
Hij stelt daarbij een woordenboek samen van plaatsnamen, de Synonymia Geographica. Dit is een lijst met oude en moderne plaatsnamen en hun equivalent in de volkstaal.

De Orteliusatlas

Bij deze gelegenheid werd ook de pas aangekochte Orteliusatlas getoond. In deze editie van Theatrum Orbis Terrarum uit 1584 van Abraham Ortelius werden 19 dubbele bladen toegevoegd met nieuwe kaarten en het aantal historische kaarten in het Parergon (dat deel van de atlas waar de nieuwe kaarten werden toegevoegd) steeg tot 12. Bovendien gaat het om een ingekleurd exemplaar.

[su_box title=”Abraham Ortelius (Antwerpen 1527-Antwerpen 1598)”]

Van beroep is Abraham Ortelius handelaar en inkleurder van illustraties en kaarten. Zoals vele intellectuelen in zijn tijd is Ortelius ook een humanist. Hij bestudeert de klassieke literatuur en geschiedenis en volgt de evolutie van de wetenschappen. Hij is een gepassioneerd verzamelaar en reiziger. De ontdekkingen in Amerika, Afrika en Azië fascineren hem.

Abraham Ortelius geraakt in de ban van geografische kaarten en wordt een van de belangrijkste cartografen van zijn tijd. Hij verwerft vooral roem als uitvinder van de moderne atlas. In zijn Theatrum Orbis Terrarum (Het Theater van de Wereld) uit 1570 bundelt hij een reeks kaarten met eenzelfde formaat en lay-out. Gerard Mercator zegt over deze atlas: ‘Ik heb uw Theatrum bestudeerd en kan niets anders dan u gelukwensen met de grote zorg en elegantie waarmee u het werk van diverse auteurs hebt verfraaid […].’
Christoffel Plantijn drukt het overgrote deel van zijn atlassen. Er verschijnen 34 edities.

[/su_box]
[/su_spoiler]

Lezing over Cornelis Schut door Ludo Van Herck

Op 30 november 2018 kwamen een twintigtal Vrienden luisteren naar de lezing over Cornelis Schut. Vriend en vrijwilliger MPM Ludo Van Herck bracht een boeiende uiteenzetting met veel afbeeldingen gedocumenteerd. De aandacht was dan ook groot.

Ludo Van Herck gaf hieronder voor onze website een korte tekst met enkele van de wetenswaardigheden uit zijn vertelling.
[su_spoiler title=”meer | minder lezen” style=”simple” icon=”arrow”]

Het prentwerk van Cornelis Schut in het Prentenkabinet van het
Museum Plantin–Moretus

Het is niet bekend bij wie kunstschilder Cornelis Schut (Antwerpen 1597 – Borgerhout 1655) zijn opleiding heeft genoten. In 1618 werd hij meester in de Antwerpse St.–Lucasgilde en vertrok kort daarna naar Rome. In Italië onderging hij de invloed van de schilders van de hoogbarok en leerde hij hun grafisch werk kennen. Zijn vroegst bekende werken in Italië zijn fresco’s in de villa van de rijke koopman Pescatore in Frascati en twee grote altaarstukken die zich nu in Caen bevinden. Hij keerde terug naar Antwerpen omstreeks 1630 en huwde in 1631 met Catharina Geenssins, die vroeg stierf. Hij hertrouwde in 1638 met Anastasia Scelliers.

Als gerenommeerd kunstenaar kreeg hij verschillende opdrachten voor altaarstukken voor kerken in en buiten Antwerpen, Keulen en Madrid. We kunnen nog belangrijke werken van hem zien in de Antwerpse kathedraal, de Carolus – Borromeuskerk en epitaven in de St.–Jacobskerk en St.–Willibrorduskerk. Schut schilderde religieuze, mythologische en allegorische onderwerpen. Hij werkte samen met bloemenschilders voor wie hij de figuren in de guirlandes verzorgde.

Het is de verdienste van Schut dat hij de etstechniek op ruime schaal in de zuidelijke Nederlanden heeft toegepast op een vrije, gevarieerde, spontane en persoonlijke manier met soms een experimentele benadering van de prentkunst. Zijn etsen werden per stuk of in reeksen verkocht als voorbeelden voor leerlingen, beginnende kunstenaars of verzamelaars.

[su_slider source=”media: 2861,2860,2859,2858,2857,2856″ pages=”no”]
De afbeeldingen komen uit het Prentenkabinet van het Museum Plantin-Moretus, Antwerpen

Zijn prentwerk is omvangrijk met religieuze voorstellingen, heiligen, de Moeder Maagd en engeltjes – vele in kleine formaten – maar ook van mythologische en allegorische voorstellingen en afbeeldingen naar zijn geschilderd oeuvre. Het werd opgenomen in deel XXVI van de Hollstein en bevat 203 nummers. Schut heeft zijn etsen niet allemaal zelf gemaakt. Hij had in zijn atelier leerlingen en medewerkers zoals de etser Rombout Eynhoudts.

Het Prentenkabinet bezit 4 drukplaten, 12 tekeningen en 185 prenten van Schut en ook een album met 136 prenten. Dit album (traditioneel het recueil Schut genoemd) is zeer bijzonder. Het is door hem zelf uitgegeven en er zijn maar een vijftal gelijkaardige exemplaren in openbare verzamelingen bekend. Het is opgedragen aan Andreas Cantelmus, een gerenommeerd generaal in dienst van de Habsburgers.

De etsen met de voorstelling van de zeven vrije kunsten, naar welk onderwerp ook wandtapijten zijn gemaakt, behoren tot de hoogtepunten van Schuts inventiviteit. Je kan prenten van Schut digitaal bekijken via https://www.museumplantinmoretus.be/nl/content/onderzoek
De digitalisering van alle prenten van Schut in het Prentenkabinet zal in de loop van 2019 voltooid zijn.

 

 
[/su_spoiler]