Een rondleiding in de Barokke Influencers

Op vrijdag 23 juni 2023 organiseerden de Vrienden MPM een rondleiding in de tentoonstelling Barokke influencers. Gids van dienst was penningmeester Hans De Smet.
Om 14 uur verzamelden de Vrienden MPM zich aan het Museum Snijders & Rockoxhuis in de Keizerstraat om de boeiende tocht door de drie tentoonstellingsplaatsen te beginnen.

Lees meer

Een Algemene Vergadering en twee recente aanwinsten: Orthographiae ratio en Instructie der zee-vaert

De Algemene Vergadering van de Vrienden MPM ging door op donderdag 8 juni 2023.
Het was een stralende dag waarvan nadien kon genoten worden in de prachtige tuin vol bloemen. Er waren zo’n 36-tal personen aanwezig.

Deze Algemene Vergadering gaf de financiële toestand van onze vereniging weer, maakte de statuten en het intern reglement up-to-date en (her)benoemde nieuwe bestuurders.

Na deze vergadering gaf Zanna Van Loon, conservator oude drukken en handschriften MPM, toelichting over twee bijzondere recente aanwinsten:

– de aankoop van een bijzonder exemplaar van de Orthographiae ratio van Aldus Manutius, gedrukt door Christoffel Plantijn in 1564 en gebonden in een boekband met de stempel van de Gulden Passer.
– het zeventiende-eeuwse in Amsterdam gedrukte  boek Instructie der zee-vaertdat geschonken werd door de heer Leo Van Cleemput.

De Orthographiae ratio van Aldus Manutius, de Jonge (1547-1597)

Aldus Manutius de Jonge was een vooraanstaand drukker. Hij was de zoon van Paulus Manutius en de kleinzoon van Aldus Manutius de Oude, een van de grondleggers van de gestandaardiseerde interpunctie.

In 1561, op veertienjarige leeftijd, publiceerde hij de Orthographiae ratio. Deze zet een systeem uiteen voor de uniforme spelling van Latijnse woorden.
In het werk zijn Latijnse woorden alfabetisch gerangschikt en omschreven met oude citaten en reproducties van Romeinse transcripties. Aldus leverde hiermee een belangrijke en blijvende bijdrage aan de standaardisering van de Latijnse spelling. 

De eerste editie van dit kleine werk in 1561 kende een ongekend succes en populariteit, waardoor er behoefte was aan een uitgebreidere editie. 

In 1564 gaf Christoffel Plantijn een nieuwe editie van de Orthographiae ratio uit.

Orthographiae ratio van MPM

Zanna Van Loon

Zanna Van Loon ging, na een overzicht van de herkomst van het nieuw verworven werkje, dieper in op twee aspecten:

1. Het bandje

Het is een Plantinbandje, niet gemaakt door Plantin zelf, maar wel voor of bij Plantin. Het bevat een goudstempel op het plat die verbonden is aan zijn bedrijf. Er waren al enkele dergelijke bandjes in de collectie. Dit is het vierde.

De bruin-marokijnen band nodigde onderzoekers in het verleden al uit tot enkele hypotheses. Een mogelijke, eerder geponeerde, hypothese is dat we hier te maken hebben met een meesterproef van een leerling-boekbinder vanwege de eerder slordige goudlijnen op de band. De vergelijking met de andere gelijkaardige banden uit die periode en aftoetsing bij geraadpleegde boekband-experten doet echter vermoeden dat het hier om een boekhandelaarsband (een ingebonden exemplaar als toonvoorbeeld in de Plantinse boekwinkel) of een presentatieband gaat (om te schenken aan nauwe en vooraanstaande contacten).

2. Kriskras afgedrukte lettertjes

In het bandje zijn op willekeurige pagina’s kriskras letters afgedrukt in de buitenmarge van het drukwerk. De letters lijken fijner afgedrukt te zijn dan de tekst zelf.  Ze staan ook niet gelijnd zoals de tekst. Soms komen ze voor tussen de regels in de witruimte.

Dit verschijnsel is tot op heden in geen enkel ander werk teruggevonden. De zoektocht naar verklaringen is nog niet afgerond.  Er is volgend jaar een presentatie op een congres gepland en ook een publicatie in een wetenschappelijk tijdschrift.

De instructie der zee-vaert

Na deze boeiende lezing over dit eigenaardige werk werk van Manutius verplaatste het gezelschap zich naar de zaal van de wandtapijten waar het boek Instructie der zee-vaert lag uitgestald. Dit boek werd door de heer Leo Van Cleemput aan het museum geschonken.

De heer Leo Van Cleemput rechts, mevr. Zanna Van Loon links

Het boek, een handzaam navigatie-instrument en leerboek voor zeelui dat Abraham Migoen in 1609 of 1610 in Rotterdam uitgaf, is van de hand van Jan vanden Brouck, een lesgever in de zeevaartkunde. Het werk bevat verschillende uiteenzettingen over zeenavigatie, kosmografie en wiskundige berekeningen, en is rijkelijk versierd met illustrerende houtsneden en volvelles. Deze volvelles zijn losse papieren onderdelen die met touwtjes vasthangen aan het boek en beweegbaar zijn om allerlei berekeningen en voorspellingen te maken.

Ongekende editie van de Instructie der zeevaert, een 17e-eeuwse praktische gids voor navigatie voor zeelui, opgedragen aan de Vereenigde Oostindische Compagnie. In het boek zijn talrijke volvelles opgenomen.

De heer Van Cleemput erfde het boek van zijn vader, Fernand Van Cleemput (1906–1979), die zijn leven wijdde aan de zeevaart. Na enkele keren de oversteek te hebben gemaakt naar New York (eenmaal bij de Red Star Line), werkte Van Cleemput op zee, eerst als matroos, aspirant-ter-lange-omvaart en dan als officier in het leger. Hierna ging hij aan de slag als docent aan de Hogere Zeevaartschool te Antwerpen. Tijdens Wereldoorlog II maakte hij actief deel uit van het verzet door de beweging van Duitse schepen en hun radaruitrustingen bij te houden in de Antwerpse haven. Om die reden sloot de Gestapo hem zelfs een tijdje op in de gevangenis van de Begijnestraat. Tijdens zijn lange carrière kocht Van Cleemput enkele oude drukken voor zijn persoonlijke bibliotheek, waaronder de Instructie der zeevaerdt. Het spreekt voor zich dat zijn expertise en passie voor het ruime sop de beweegredenen vormden voor zijn aankoop.

Het exemplaar is een zeldzame, nog onbekende staat van het werk, opgedragen aan de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Het vormt een niet te verwaarloosbare aanwinst voor het museum. Het boek is immers grotendeels gebaseerd op de Spieghel der zeevaerdt van Lucas Jansz Waghenaer, dat in 1584 en 1585 van de persen kwam bij de Plantijnse drukkerij in Leiden. Op die manier toont het aan op welke manier de kennis vervat in een Plantijnse editie doorleeft in latere werken.

Na een dankwoord van Iris Kockelbergh, directeur MPM werd de bijeenkomst afgesloten door een prettige receptie in de mooie tuin van MPM.

V.l.n.r.: Leo van Cleemput, Francine de Nave (vorige directeur MPM), Patrick Goossens (nieuwe voorzitter Vrienden MPM), Iris Kockelbergh (huidige directeur MPM).

Onder de zonovergoten hemel konden de genodigden van gedachten wisselen en nieuwe ideeën voor de werking van de Vrienden aanbrengen.

Authors: Zanna Van Loon, Patrick Goossens, François Gyselinckx





 

Antonio Sánchez del Barrio weer in MPM

Antonio Sánchez del Barrio gaf op maandag 22 mei 2023 een lezing over de Spaanse handelaar Simón Ruiz, zijn archief en zijn handelsbetrekkingen met Antwerpen.

Dr. del Barrio is de directeur van de Fundación Museo de las Ferias – Archief Simón Ruiz (Medina del Campo, Valladolid). Sommigen zullen zich nog herinneren dat hij enkele jaren geleden in MPM een boek De boekhandel met Spanje en de Nederlanden in de 16e en 17e eeuw heeft voorgesteld.

Dr. Antonio Sánchez del Barrio

Antonio’s lezing over het documentaire archief van Simon Ruiz en zijn handelsrelaties met Antwerpen duurde ongeveer een half uur.
Daarna projecteerde hij een video over het Archief Simón Ruiz.

Aansluitend was er mogelijkheid tot vragen.
De lezing en video gebeurden in het Spaans, maar Vriend MPM Paul Van den Broeck zorgde voor vertaling.

Een tiental Vrienden MPM waren aanwezig op de lezing en ook de culturele attaché van de Spaanse ambassade en de directeur ven het Cervantes Instituut in Brussel waren erbij.

Van links naar rechts: mevrouw Ana Vazquez, directrice van het Cervantes Instituut in Brussel, mevrouw Tada Bastida, cultureel attaché van de Spaanse ambassade, Paul Van den Broeck, Vriend MPM en Antonio Sanchez del Barrio.

De lezing kende zijn hoogtepunt in de mededeling dat het Archief Simón Ruiz opgenomen is in The Memory of the World van de UNESCO, zoals het archief van MPM. 

De viering van 10 jaar Vrienden van het Museum Plantin Moretus

Op vrijdag 21 oktober vierden de Vrienden van het Museum hun 10-jarg bestaan.
Het werd een prachtige herdenking in de binnentuin van MPM. De zon was van de partij, het leek wel een zomerse dag in de herfst. Er waren ongeveer 50 deelnemers die genoten van een hapje en een drankje, en ook een gezellige babbel hoorde erbij.

De voorzitter, Jean-Pierre Tricot, heette de gasten hartelijk welkom en schetste summier de geschiedenis van de vriendenvereniging. Zijn toespraak leest u hier.

Nadien gaf de secretaris, François Gyselinckx, een overzicht van de werking
2012-2022.
Hij benadrukte dat deze activiteiten dienden om een hechte groep Vrienden bijeen te brengen die als gemeenschappelijk interessepunt het museum MPM hebben.
Ook gaf hij aan dat de lezingen voor de Vrienden altijd verzorgd worden door specialisten ter zake. Ofwel zijn het de stafleden van MPM ofwel de organisatoren van tentoonstellingen die de lezingen voor de Vrienden verzorgen.

Bestuurslid Frans Van den Brande werd bedankt voor de vele daguitstappen die vele leden sterk konden appreciëren en die hij tot in de puntjes voorbereidde, zodat alles op wieltjes verliep.

De secretaris gaf aan dat dankzij de lidgelden en giften de Vrienden aardig wat konden sponsoren.

Tot slot zei hij verheugd te zijn over het initiatief dat het bestuur nam om met nieuwjaar een boekje als geschenk te geven. Na het eerste boekje gedrukt door Boris Rousseeuw, werd dit door de ploeg van bestuurslid Patrick Goossens netjes verzorgd -en gratis- met zijn vrijwilligersploeg Letter-kunde-Press. Met de moeilijkheden met corona moest dit worden uitbesteed aan drukkerij Albe De Coker.

Het overzicht van die werking

Terwijl de helft verder kon keuvelen in de binnentuin of een drukwerk met prent kon afdrukken op een proefpers, werd de andere helft uitgenodigd om de lezing van Kristof Selleslach bij te wonen.

Aan de hand van eeuwenoude archiefstukken vertelde Kristof Selleslach, archivaris MPM, hoe Balthasar III Moretus werd opgevoed en opgroeide tot een drukker van stand.

Van bij de geboorte was de jonge Balthasar III Moretus (1646–1696) voorbestemd om de Plantijnse drukkerij te leiden. In functie van deze voorbestemming gaf vader Balthasar II Moretus (1615–1674) zijn oudste zoon een opvoeding op maat. Enerzijds leerde Balthasar junior het drukkersvak op de werkvloer van het familiebedrijf, anderzijds bereidde een elitaire opvoeding hem voor om zich in de hogere sociale kringen op te houden.

Voorzitter Jean-Pierre Tricot bedankte in naam van de aanwezigen Kristof Selleslach voor de zeer boeiende lezing met soms grappige momenten.

Kristof Selleslach kreeg ook speciale dank omdat hij altijd bereid was om snel accurate informatie te bezorgen, naast de lezingen die hij voor ons gaf.

Het drukken werd begeleid door Marc Gouwy, een vrijwilliger voor drukdemo’s.
Hij liet op een degelpersje Houtblok HB 03712 uit 1578 afdrukken, een kosmografische illustratie: de grote komeet gezien in november 1577.

Het was een mooie evenement en een opsteker om met hetzelfde elan de volgende jaren aan te vatten.

Toespraak van Jean-Pierre Tricot op de viering van 10 jaar Vrienden van het Museum Plantin-Moretus vzw

(vrijdag 21 oktober 2020)

Op vrijdag 27 april 2012 werd er in dit huis een nieuwe, specifiek museumgebonden vereniging opgericht: De Vrienden van het Museum Plantin Moretus/ Prentenkabinet.
Aldus werd er een moeilijk aanvaardbare leemte ingevuld.

Want sinds de opening van het museum op 19 augustus 1877 was de ‘Vereniging der Antwerpsche Bibliofielen actief, die zich onder meer toelegde op de publicatie van het boekhistorisch en wetenschappelijk tijdschrift’ ‘De Gulden Passer’ en zich tevens beschouwde als een soort vriendvereniging van het museum. Maar vanaf 2008 zou de subsidiekraan voor de publicatie van het tijdschrift door het Vlaamse Ministerie van Cultuur toegedraaid worden indien de Bibliofielen zich nog steeds zouden profileren als vriendenvereniging.

Een  groep trouwe museumbezoekers ging in op de challenge een nieuwe echte Vriendvereniging op te richten. Behoren  nu nog steeds tot de oorspronkelijke bestuurders: François Gyselinckx, Ann Van Houtte, Patrick Goosens, Frans Van den Brande en ikzelf als voorzitter. Hebben zich hierna toegevoegd; Hans De Smet en Griet Claerhout. Mevr. Iris Kockelbergh woonde quasi alle bestuursvergaderingen bij. Ik ben hen allen enorm dankbaar voor hun jarenlange actieve inzet.  

Het  doel van de vereniging blijft nog steeds  om een bijdrage te leveren aan de bekendheid en de groei van het museum. Het lidmaatschap omvat niet enkel het recht op gratis toegang tot alle stedelijke musea, maar ook de deelname aan talrijke activiteiten, waarvan u nu een overzicht van de laatste 10 jaar  zal gegeven worden door onze secretaris, François Gyselinckx.

Jean-Pierre TRICOT

De brieven van Plantin

Het was leuk om de Vrienden zo’n grote getale aanwezig te zien op 17 mei 2022.
Was het de smeulende honger naar cultuur of was het de reputatie van Dirk Imhof die hen naar MPM bracht? Het auditorium was volzet.

Deze lezing moest in feite in 2020 doorgaan in het kader van de 500e verjaardag van C.Plantin, maar het gekende virus strooide roet in het eten. Dit werd nu goedgemaakt.

Dirk Imhof voorstellen is waarschijnlijk niet nodig. Hij kent dit onderwerp tot in de puntjes, (wat trouwens ook van de andere items van het museum het geval is).

De correspondentie van Cristoffel Plantin voorstellen is waarschijnlijk ook overbodig.
Destijds was het de gewoonte dat briefwisseling werd bewaard. Dat was bij Plantin niet anders. Hij schreef naar de machtigen der aarde, naar collega’s, naar geleerden, naar zijn zakenrelaties, in verschillende talen. De onderwerpen die hij aansneed gingen over zakelijke besprekingen, religieuze en maatschappelijke problemen, familieaangelegenheden, enz.
Het ontwerp van de brieven wordt in MPM bewaard.

Wat wel speciaal vuurwerk geeft is dat je Dirk en de brieven van Plantin bijeenzet.
Hij weet het interessante voor ons uit te zoeken, weet de pittige details boven te halen, de dingen waarvan je achteraf zegt: ‘Dat wist ik nu niet’.

Het is altijd een plezier en spannend om zijn bevindingen te horen vertellen.

Volgens de brief van Plantin aan Germain Vaillant de Guéllis van juli 1571 (gewoonlijk ‘monsieur de Pimpont’ genoemd) was deze zeer pissig omdat het werk dat hij gedrukt wou zien zo lang duurde. Plantin excuseerde zich bij de belangrijke man met allerlei smoesjes: eerst zei hij dat de censoren veel tijd hadden verloren omdat ze onvoldoende Grieks kenden. Nadien was het dan weer dat hij niet het juiste papier had kunnen vinden. Of ook dat de zetter die de tekst moest zetten gestorven was of dat het manuscript met een een lading naar Parijs verloren was gegaan. Later bleek dat daar niets van waar was: De censoren hadden eerder al boeken goedgekeurd met Griekse teksten; de dode zetter bleek nog ijverig aan het werk te zijn geweest.

De brief van Plantin aan zijn dochter Madeleine van 20-22 mei 1572.
De raad van Plantin aan zijn dochter Madeleine Plantijn is een vaderlijke vermaning. Hij predikt zijn dochter de principes die hij zijn kinderen altijd heeft geleerd: de diepste nederigheid. Hij geeft haar raad voor haar toekomstig huwelijk en, wat minder natuurlijk is, leert hij haar onderwerping aan onze moeder de Heilige Kerk en waarschuwt haar tegen alle ketterij als tegen een dodelijk vergif.

Het was ook leuk te horen dat Max Rooses in al zijn haast om de brieven van Plantin te publiceren zich blijkbaar al eens had vergist volgens de auteur van de Brieven van Montanus, .A.D.Perez. Zo noteerde Rooses in de brief van B. Arias Montanus aan Jan Moretus van 7 juli 1575 ‘amoris familia’ (huis der liefde) i.p.v. ‘omnis familia’ de hele familie.

Ook had deze in de brief van Plantin aan Benidictus Montanus van 10-19 april 1576 het woord simque in de zin ‘simque praeterea habiturus habitationem commodam cum horto satis amplo’ (en ik ga een comfortabel huis hebben met een grote tuin) voor quimque gehouden, (vijf) wat ervoor zorgde dat er een discussie op gang kwam dat Plantin bovenop zijn 16 persen er nog vijf kon plaatsen.



Zo werden nog vele brieven door Dirk van plezierig en wetenswaardig van commentaar voorzien.

Wie meer wil weten kan het boek van Dirk, Cristophe Plantin’s Correspondence, kopen in de shop.

De Vrienden MPM danken Dirk Imhof hartelijk voor deze -alweer- zeer interessante lezing.


De Guicciardiniwandeling

Op 29 januari 2022 maakten de Vrienden MPM een wandeling rond Guicciardini. Hans de Smet en Anna Van Houtte, twee bestuursleden Vrienden MPM, dienden als gids. De aanwezige Vrienden gingen met  veel plezier -de regen liet het afweten- in de stad op zoek naar de  plekken die Guicciardini in zijn werk Il descrittione di tutti i Paesi Bassi gedetailleerd beschreef en becommentarieerde.
Wegens groot succes en de vele inschrijvingen werd deze herhaald op 12 februari 2022.

We vertrokken aan het Steen onder het standbeeld van Lange Wapper waar Hans en Ann een  inleiding over de figuur Guicciardini gaven. De wandeling zou nadien gaan via de overgebleven muur achter Vleeshuis, de Spanjepandsteeg aan de pagaddertoren, de hoek van de Wisselstraat met de Oude Beurs, het stadhuis op de Grote markt, de kathedraal, de Pelgrimstraat,  de Vrijdagmarkt, de Groenplaats. Het einde van de tocht was aan de handelsbeurs.

Continue reading

Guicciardini 500 jaar

In 2021 is het 500 jaar geleden dat de beroemde Florentijn Lodovico Guicciardini geboren werd (1521-1589). Het Museum Plantin-Moretus gedenkt deze bijzondere man met de tentoonstelling Komt een Italiaan naar de Nederlanden van 3 december 2021 tot 6 maart 2022. Meer hierover:
https://www.museumplantinmoretus.be/nl/komt-een-italiaan-naar-de-nederlanden 

Kris Geysen, assistent-conservator oude drukken en curator van de tentoonstelling, nodigde de Vrienden MPM uit om vooraf kennis te maken met de oorspronkelijke edities van de Descrittione di tutti i Paesi Bassi op 9 november 2021. De belangstelling was zodanig dat zij drie sessies moest organiseren.

De verwachtingen werden ruimschoots ingevuld. Kris gebruikte drie versies van de echte Guicciardini’s om haar verhaal te doen:

– een uitgave uit 1567 van Willem Silvius (MPM 2 191)
– een uitgave uit 1581 (Italiaans) van Plantijn (MPM A1342)
– een uitgave uit 1588 van Plantijn (MPM A14)

(+ een facsimile van de Nederlandse versie uit 1612)

Aan de hand hiervan bracht zij een levendig verhaal van de Lodovico zelf, van de ontwikkeling van het boek, van de verschillen van prenten.

Dit werd gelardeerd met prettige details.

De eerste uitgave van de Descrittione werd in 1567 door Willem Silvius in Antwerpen uitgegeven. Lodovico Guicciardini vulde zijn tekst aan en Christoffel Plantijn bracht in 1581 een nieuwe Italiaanse editie:

DESCRITTIONE DI M.LODOVICO GVICCIARDINI Patritio Fiorentino; DI TVTTI I PAESI BASSI, altrimenti detti GERMANIA INFERIORE. Con tutte le carte di Geographia del paese, & col ritratto naturale di molte terre principali; Riueduta di nuovo, & ampliata per tutto piu che la meta dal medesimo autore. AL GRAN’ RE CATTOLICO FILIPPO D’AVSTRIA. Con amplissimo INDICE di tutte le cose piu memorabili. IN ANVERSA, Apresso Christofano Plantino, Stampatore Regio. M.D.LXXXI.         

De illustraties werden helemaal vernieuwd: de 15 houtblokken (+ een ets van de Lage Landen en een ets of gravure van het stadhuis) in de versie van Silvius werden vervangen door 55 etsen die  wellicht ontworpen waren door Pieter van der Borcht en de kring rond Frans Hogenberg (waaronder Ferdinand en Ambrosius Arsenius). Daarnaast bevat de versie van Plantin vier gravures als titelpagina’s (waaronder deze met de afbeelding van de Lage Landen vermeldt dat deze getekend is door Crispijn van den Broeck en gegraveerd door Abraham de Bruyn).  Deze koperplaten werden gedrukt door Mynken Liefrinck.

Lodovico schrijft in het bericht aan zijn lezers (hier in de vertaling van François de Belleforest van 1582):

“…Pour le moins ie n’y ay pas espargné temps, ny labeur, ny chose aucune, non seulement pour bien déduire & distinguer les matières de quoy il falloit traicter:  mais qui plus est, pour veoir en personne & chercher comme à la trace les choses occurentes; les communiquant en chacun lieu avec les personnages doctes & qui avoyent l’expérience de chacune province: Ce que i’ ay faict afin que ceste Oeuvre fust plus nette, plus certaine & mieux approuvée de chacun ententant telles choses.

Plantijn had wel enkele problemen. Toen het boek moest verschijnen was het, gezien de politieke situatie, onzeker of  het wapenschild en portret van Filips II op de titelpagina kon gepubliceerd worden. De plaats werd in sommige exemplaren opengelaten.   

De aanwezigend waren echt in hun nopjes omdat zij geconfronteerd werden met de echte oude drukken. Er straalde zowaar magie van uit.

Als toemaatje bezorgde Kris Geysen achteraf nog enkele links:

Link naar de moderne vertalingen van deze Kiliaanvertaling, gemaakt door vrijwilligers
https://www.museumplantinmoretus.be/nl/beschrijvingen 

Nederlandse vertaling van Kiliaan uit 1612: online te lezen via https://www.dbnl.org/tekst/guic001besc01_01/index.php

In het kader van dit herdenkingsjaar sponsorden de Vrienden MPM vzw voor een deel een nieuw standaardwerk over de Descrittione di tutti i Paesi Bassi geschreven door dr. Dina Arstodemo.

Hans de Smet en François Gyselinckx

De Vrienden startten hun activiteiten al op 2 januari met de herdenking van de inslag van een V2-bom op de Vrijdagmarkt.

Op 2 januari kwamen heel wat Vrienden naar de rondleidingen georganiseerd door bestuursleden Ann Van Houtte (‘s morgens)  en Hans De Smet (‘s middags).
Enerzijds wilden zij het Van Schoonbekejaar hiermee afsluiten en ook wilden zij de bominslag van de V2 herdenken die bijna ons geliefd museum had platgelegd, juist 75 jaar geleden.

Eerst kregen we de ontstaangeschiedenis van de Officina Plantiniana aan de Vrijdagmarkt met vele interessante wetenswaardigheden uitgelegd. We leerden ook dat Gilbert van Schoonbeke een stevige vinger in de pap heeft gehad bij de ontwikkeling van dit deel van de stad. Hij wou de oudklerenkopers die maar geen vaste stek vonden een heuse voet aan de grond geven.

Het tweede luik ging over de vernieling van de V2-bom die op de Vrijdagmarkt insloeg op 2 januari 1945. Directeur Iris Kockelbergh had daarvoor heel wat foto’s die nog niet publiek werden vertoond uit het archief van het museum samengebracht. In de leeszaal kwamen we dan ook snel tot het besluit dat het museum -ondanks alle schade- het er toch nog behoorlijk vanaf heeft gebracht.

“Nooit zullen de bewoners van die voorheen zo stemmige Vrijdagmarkt de onheilsnacht vergeten van 2 Januari 1945, één nochtans onder zovele van het wrede V-bombardement.
’t Was een beroerde periode en de Antwerpenaar, die zijn zwaar beproefde stad niet verliet, herinnert zich zogoed als wie ook de wanhoopsdagen die er toen beleefd werden. Onafgebroken scheerde ’t noodlot over de museumgebouwen en de hemel weet hoe dikwerf wij ons hart hebben vastgehouden bij de nare verwachting dat het brullend helletuig ditmaal voor ’t Plantijnse Huis zou zijn bestemd.
Zo kwam dit trieste nieuwjaar 1945, waarop men elkaar geen heil durfde toewensen. Wie de stad niet ontvlieden kon, “vierde” het in zijn kelders. … Wie in de kelders van ’t museum een onderkomen had gezocht, herinnert het zich nog of ’t gister ware voorgevallen. Op de minuut af kan zelfs het onheil gesitueerd worden dat zich aan een van de heerlijkste monumenten van de Europese cultuur voltrok. ’t Was toen precies dertien minuut vóór twee en twintig uur.

Van ’t oorverdovend geraas, waarmede de ontploffing van V-projectielen steeds gepaard ging, werd niets gehoord… Doch meteen werden de deuren van de kelders afgerukt en neergesmakt. Op het gelijkvloers ontstond een hels leven van neerstortende voorwerpen, vermengd met ’t vlijmend geluid van bij hopen verbrijzeld glas …

Er was niet aan te twijfelen dat een erge ramp ’t museum had getroffen.”
Frank Van den Wijngaert, Glorie en nood van het Plantijnse huis, 1947.