Pop-uptentoonstelling in MPM

Op 20 januari 2019 nodigde het museum de Vrienden uit om de pop-uptentoonstelling te bezoeken rond de topstukken die werden aangekocht door de Vlaamse Gemeenschap en de Koning Boudewijnstichting. Zij zullen in het Museum Plantin-Moretus worden bewaard en ontsloten.
De tentoonstelling was opgesteld in de leeszaal. Klein, maar exquise, voor fijnproevers.
Directeur Iris Kockelbergh gaf zelf toelichting bij deze collectie. 
Zij was begrijpelijk zeer op dreef: haar thesis aan de universiteit ging over de beelden van Hendrik-Frans Verbruggen, waarvan enkele van zijn talrijke tekeningen nu onderdeel van deze tentoonstelling uitmaakten. 

meer | minder lezen

De grootste aandacht ging dan ook uiteraard naar de tekeningen van de beeldhouwersfamilie Verbruggen.

Iris Kockelbergh bezorgde onderstaande informatie rond de tentoonstelling.

Het Prentenkabinet van het Museum Plantin-Moretus bezit een bijzondere collectie van een 1545 Zuid-Nederlandse beeldhouwerstekeningen. Het Prentenkabinet bewaart ook de beeldhouwerstekeningen van de collectie Van Herck. Een prachtige verzameling die in 1996 door de Koning Boudewijnstichting werd verworven. Hierdoor is de collectie in het Museum Plantin-Moretus de grootste verzameling Zuid-Nederlandse beeldhouwerstekeningen. De tekeningen zijn ruwe schetsen, ontwerpvarianten of afgewerkte en gedateerde tekeningen en dit op grote of kleine papiervellen, in schriftjes of in schetsboeken.

Voor de Zuidelijke Nederlanden van de 17e eeuw zijn beeldhouwerstekeningen nauw verbonden met barokke kerkinterieurs, een soort totaalkunstwerk dat bestaat uit altaren, preek- en biechtstoelen, communiebanken, grafstenen etc. Deze kunstwerken werden op bestelling gemaakt. Ze waren ook duur en dus werden contracten afgesloten met daarin afspraken over materialen, uitvoeringstermijn, kostprijs en ontwerp. Bij de onderhandelingen werden tekeningen gebruikt om tot een definitief ontwerp te komen. Beeldhouwerstekeningen geven dus een unieke inkijk in het tot stand komen van beeldhouwwerken.

De Italiaanse schetsboeken
In 2018 kon het museum de collectie beeldhouwerstekeningen aanvullen met drie schetsboeken die de barokkunstenaar Pieter II Verbruggen maakte tijdens zijn reis naar Italë. Deze aankoop gebeurde door de Vlaamse Gemeenschap en is een cruciale verrijking van onze verzameling beeldhouwerstekeningen. Het zijn unieke stukken, er zijn geen andere schetsboeken van Zuid-Nederlandse barokbeeldhouwers gekend.

Pieter II Verbruggen verbleef enkele jaren in Italië. Hij maakte in deze periode drie schetsboeken. Er zijn vier thema’s in terug te vinden: architectuur, altaren, grafmonumenten en fresco’s. Uit de schetsboeken blijkt dat Pieter II Verbruggen erg onder de indruk was van wat hij in Italië zag. Weer thuis zijn deze schetsboeken een blijvende bron van inspiratie voor hem, maar ook -en misschien vooral- voor zijn jongere broer Hendrik-Frans, die nooit een reis naar Italië maakte.

Altaren
Monumentale altaren waren oorspronkelijk eenvoudig portiek-altaren die dienden als omlijsting voor schilderijen. Langzaamaan worden het totaalkunstwerken die het schilderij naar de achtergrond verdringen. Het altaar wordt ruimtelijker, het komt los van de wand en wordt een volplastisch geheel, een kruising tussen architectuur en beeldhouwwerk. Voor de hoogaltaren van de Sint-Augustinuskerk te Antwerpen en de Sint-Baafskathedraal in Gent liet Frans-Hendrik zich duidelijk inspireren door het werk van Gianlorenzo Bernini, in de 17e eeuw dé sterarchitect en -beeldhouwer in Rome.
De zuilenarchitectuur, de frontons, de ronde altaarschilderijen en de engelen die deze schilderijen torsen, het is allemaal vintage Bernini. 

Epitafen en grafmonumenten
Er zijn drie soorten epitafen en grafmonumenten. De gewone opschrifttafels; een stenen tafel met tekst soms versierd met engeltjes. Er zij n ook de persoonlijke grafmonumenten met een beeltenis van de aflijvige en zijn wapenschild, soms gedragen door engeltjes. Tot slot zijn er de didactische monumenten met allegorische figuren zoals de Dood, de Tijd of de Eeuwigheid die een portret, buste of beeld van de overlevende omringen. In de grafmonumenten van Pieter I Verbruggen zijn deze architectuuromlijstingen stilistisch verwant aan de tekeningen in zijn Italiaanse schetsboekjes.

 

De familie Verbruggen

Pieter I Verbruggen (Antwerpen 1615 – Antwerpen 1686) startte zijn opleiding bij Simon de Neve en voltooide die bij Erasmus Quellinus, wiens atelier hij overnam. Hij huwde de zus van Artus I Quellinus. Zijn grootst gekende project is het hoofdaltaar van de Sint-Pauluskerk te Antwerpen uit 1670.

Pieter II Verbruggen (Antwerpen 1648 – Antwerpen 1691) was de zoon en leerling van Pieter I Verbruggen. Tussen 1674 en 1677 verbleef hij in Rome. Omdat hij veel samenwerkte met zijn vader zijn er weinig zelfstandige werken van hem gekend. Hij onderscheidt zich in het maken van grafstenen.

Hendrik-Frans Verbruggen (Antwerpen 1652 – Antwerpen 1724) was ook een zoon van Peter I Verbruggen. Hij verliet al snel diens atelier. Hij geldt als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Antwerpse laatbarok. De hoogtepunten uit zijn zeer omvangrijke werk zijn de hoofdaltaren van de Sint-Baafskathedraal te Gent, De Sint-Augustinuskerk te Antwerpen, het hoogaltaar van de abdij te Tongerlo, de imposante preekstoelen van de Sint-Augustinuskerk van Antwerpen, de Sint-Michielskerk te Brussel, de Sint-Pieters-en-Pauluskerk te Mechelen. Het is vooral onder zijn impuls dat barokke kerkmeubels architectonisch en sculpturaal zelfstandige kunstwerken worden.


De kaart van Utopia van Ortelius

Last but not least was er in de pop-uptentoonstelling ook nog de pas aangeworven kaart van Utopia van Ortelius.

Deze kaart werd zeer waarschijnlijk slechts op 12 exemplaren gedrukt. Ze waren bedoeld voor de Engelse markt. Dit is het enige nog bekende exemplaar. Deze kaart keert nu terug naar de plek waar ze eeuwen geleden werd gedrukt, dankzij de steun van de Koning Boudewijnstichting die de kaart in langdurige bruikleen aan het museum heeft gegeven.

Het boek Utopia (1516) is een satire op het Engeland en Europa van het begin van de 16e eeuw. Het beschrijft het denkbeeldige eiland Utopia, een land dat uitsluitend geregeerd wordt door de rede en waar egoïsme uit het privé- en publieke leven is gebannen. Thomas More schrijft een groot deel van dit boek tijdens een verblijf te Antwerpen. Ortelius baseert zich voor het ontwerp van zijn kaart Utopia heel getrouw op de aanwijzingen in het boek. Hij beschouwt de kaart als een intellectuele puzzel met grappige plaatsnamen in tien verschillende talen.
Hij stelt daarbij een woordenboek samen van plaatsnamen, de Synonymia Geographica. Dit is een lijst met oude en moderne plaatsnamen en hun equivalent in de volkstaal.

De Orteliusatlas

Bij deze gelegenheid werd ook de pas aangekochte Orteliusatlas getoond. In deze editie van Theatrum Orbis Terrarum uit 1584 van Abraham Ortelius werden 19 dubbele bladen toegevoegd met nieuwe kaarten en het aantal historische kaarten in het Parergon (dat deel van de atlas waar de nieuwe kaarten werden toegevoegd) steeg tot 12. Bovendien gaat het om een ingekleurd exemplaar.

Abraham Ortelius (Antwerpen 1527-Antwerpen 1598)

Van beroep is Abraham Ortelius handelaar en inkleurder van illustraties en kaarten. Zoals vele intellectuelen in zijn tijd is Ortelius ook een humanist. Hij bestudeert de klassieke literatuur en geschiedenis en volgt de evolutie van de wetenschappen. Hij is een gepassioneerd verzamelaar en reiziger. De ontdekkingen in Amerika, Afrika en Azië fascineren hem.

Abraham Ortelius geraakt in de ban van geografische kaarten en wordt een van de belangrijkste cartografen van zijn tijd. Hij verwerft vooral roem als uitvinder van de moderne atlas. In zijn Theatrum Orbis Terrarum (Het Theater van de Wereld) uit 1570 bundelt hij een reeks kaarten met eenzelfde formaat en lay-out. Gerard Mercator zegt over deze atlas: ‘Ik heb uw Theatrum bestudeerd en kan niets anders dan u gelukwensen met de grote zorg en elegantie waarmee u het werk van diverse auteurs hebt verfraaid […].’
Christoffel Plantijn drukt het overgrote deel van zijn atlassen. Er verschijnen 34 edities.

Lezing over Cornelis Schut door Ludo Van Herck

Op 30 november 2018 kwamen een twintigtal Vrienden luisteren naar de lezing over Cornelis Schut. Vriend en vrijwilliger MPM Ludo Van Herck bracht een boeiende uiteenzetting met veel afbeeldingen gedocumenteerd. De aandacht was dan ook groot.

Ludo Van Herck gaf hieronder voor onze website een korte tekst met enkele van de wetenswaardigheden uit zijn vertelling.

meer | minder lezen

Het prentwerk van Cornelis Schut in het Prentenkabinet van het
Museum Plantin–Moretus

Het is niet bekend bij wie kunstschilder Cornelis Schut (Antwerpen 1597 – Borgerhout 1655) zijn opleiding heeft genoten. In 1618 werd hij meester in de Antwerpse St.–Lucasgilde en vertrok kort daarna naar Rome. In Italië onderging hij de invloed van de schilders van de hoogbarok en leerde hij hun grafisch werk kennen. Zijn vroegst bekende werken in Italië zijn fresco’s in de villa van de rijke koopman Pescatore in Frascati en twee grote altaarstukken die zich nu in Caen bevinden. Hij keerde terug naar Antwerpen omstreeks 1630 en huwde in 1631 met Catharina Geenssins, die vroeg stierf. Hij hertrouwde in 1638 met Anastasia Scelliers.

Als gerenommeerd kunstenaar kreeg hij verschillende opdrachten voor altaarstukken voor kerken in en buiten Antwerpen, Keulen en Madrid. We kunnen nog belangrijke werken van hem zien in de Antwerpse kathedraal, de Carolus – Borromeuskerk en epitaven in de St.–Jacobskerk en St.–Willibrorduskerk. Schut schilderde religieuze, mythologische en allegorische onderwerpen. Hij werkte samen met bloemenschilders voor wie hij de figuren in de guirlandes verzorgde.

Het is de verdienste van Schut dat hij de etstechniek op ruime schaal in de zuidelijke Nederlanden heeft toegepast op een vrije, gevarieerde, spontane en persoonlijke manier met soms een experimentele benadering van de prentkunst. Zijn etsen werden per stuk of in reeksen verkocht als voorbeelden voor leerlingen, beginnende kunstenaars of verzamelaars.

De afbeeldingen komen uit het Prentenkabinet van het Museum Plantin-Moretus, Antwerpen

Zijn prentwerk is omvangrijk met religieuze voorstellingen, heiligen, de Moeder Maagd en engeltjes – vele in kleine formaten – maar ook van mythologische en allegorische voorstellingen en afbeeldingen naar zijn geschilderd oeuvre. Het werd opgenomen in deel XXVI van de Hollstein en bevat 203 nummers. Schut heeft zijn etsen niet allemaal zelf gemaakt. Hij had in zijn atelier leerlingen en medewerkers zoals de etser Rombout Eynhoudts.

Het Prentenkabinet bezit 4 drukplaten, 12 tekeningen en 185 prenten van Schut en ook een album met 136 prenten. Dit album (traditioneel het recueil Schut genoemd) is zeer bijzonder. Het is door hem zelf uitgegeven en er zijn maar een vijftal gelijkaardige exemplaren in openbare verzamelingen bekend. Het is opgedragen aan Andreas Cantelmus, een gerenommeerd generaal in dienst van de Habsburgers.

De etsen met de voorstelling van de zeven vrije kunsten, naar welk onderwerp ook wandtapijten zijn gemaakt, behoren tot de hoogtepunten van Schuts inventiviteit. Je kan prenten van Schut digitaal bekijken via https://www.museumplantinmoretus.be/nl/content/onderzoek
De digitalisering van alle prenten van Schut in het Prentenkabinet zal in de loop van 2019 voltooid zijn.

 

 

De Vrienden MPM op bezoek in de tentoonstelling Barok Book Design

Op 8 en 16 november 2018 nam
dr. D. Imhof, conservator Boeken en Archief van het Museum Plantin Moretus, de Plantin Vrienden mee op een boeiende ontdekkingstocht door de wondere wereld van het barokboek.
Dit is het relaas van Vriend MPM Francine Demuylder op bezoek op
8 november.

Met veel humor vertelde Dirk ons grote en kleine verhalen over de creatie, de uitvoering, de verkoop en de impact van deze 17de-eeuwse innovatie in de boekdrukkunst. Een uitnodigend,  allegorisch titelblad, klassevolle en gevarieerde typografie moeten de lezer vanaf de eerste pagina boeien.

meer | minder lezen

Balthasar Moretus en P.P. Rubens zorgen voor het barokboek
Balthasar Moretus en P.P. Rubens drukten ontegensprekelijk hun stempel op deze nieuwe beeldtaal. Zij lieten samen menige van de door de internationale elite meest gewaarde werken ontwerpen en uitgeven. En zeggen dat hun samenwerking voor een deel te danken was aan Filips Rubens, die als eerste een boek bij Balthasar liet uitgeven geïllustreerd met tekeningen van zijn broer Pieter Paul.

De kwaliteit van een barokboek was het resultaat van een goed werkend team:  kunstenaars, graveurs, zetters, correctoren en drukkers, een hele wereld geleid en georkestreerd door Balthasar Moretus.

Balthasar als dirigent
Hij zorgde ervoor dat er geen valse noten gespeeld werden op het concert dat hij had geïnitieerd. Hij maakte van in het begin zijn ideeën duidelijk hoe hij o.a. de illustratie van de titelpagina zag en hield tijdens het hele drukproces de touwtjes stevig in handen. Een mooi voorbeeld hiervan was het eerste barokboek dat hij met zijn broer Jan II uitgaf, het Brevarium Romanum.

Illustratoren in de familie
Er ontstonden vaak langdurige familierelaties zoals met de Quellins, de Galles of met Mallery, (Karel Mallery was getrouwd met de dochter van Philips Galle, Catharina. Een van haar schoonzussen was Catharina Moerentorff (Moretus). De vraag werd soms geopperd wie nu echt de kunstenaar was: de tekenaar van de illustratie of de graveerder die de tekening in spiegelbeeld moest hertekenen en op de koperplaat overbrengen?

Boeken, een kostbaar goed
De boeken waren vrij prijzig, wat soms tot een botsing met de kerk, de pastoors, kon leiden die deze boeken niet konden betalen. De boeken werden dan ook in verschillende formaten aangeboden tegen verschillende prijzen.

De kosten voor het drukken/uitgeven van boeken werden meestal betaald door de auteurs. Zij kochten hun boeken aan om ze verder te verkopen maar als goede zakenman bood Balthasar de boeken ook aan doorverkopers aan. De samenwerking uitgever-auteur werd dikwijls niet met een geschreven contract bezegeld.

Balthasar moest soms delicate interacties met de opdrachtgevers/auteurs in goede banen leiden en dat was niet altijd evident, want het waren vaak politiek, religieus, sociaal, kortom marketingsgewijs, belangrijke contacten. Om kosten te drukken wilden ze vaak hun eigen illustraties gebruiken i.p.v. deze te laten maken door Balthasars preferentiële kunstenaars/graveurs en dat draaide soms slecht uit.
Balthasar wenste alleen kwaliteit uit te geven en illustraties speelden daarbij een belangrijke rol.
Als de geleverde platen niet beantwoordden aan de door Balthasar gestelde normen moest hij een oplossing bedenken. Dat kostte hem handen vol geld en veel tijdverlies zoals bij de De Militia Equestri en de
De symbolis heroicis libri.

 

De illustratie in het barokboek

 

Toen we de titelbladen van de Latijnse barokversie in de Crux Triumphans zagen liggen naast de oorspronkelijke Italiaanse prebarokversie werd onmiddellijk duidelijk waarom de elite bij Balthasar en Rubens wou zijn: van een emotieloos, statisch beeld naar een vol beweging en pathos. Het vinden van geschikte modellen -voorbeelden voor het aanmaken van portret /persoonillustraties- was ook niet vanzelfsprekend. Balthasar stond erop dat portretten klopten en dat kon uitdraaien op een lange zoektocht zoals bv. voor de afbeelding van prins Ferdinand in de Exercitatio theological.

Balthasar hield van evenwichtige lay-out, waarbij geen ruimte verloren ging aan blanco pagina’s, en illustraties volop tot hun recht kwamen. Hij kon zelfs auteurs opleggen hun boektitels of hele stukken tekst in te korten opdat ze beter in de opmaak zouden kaderen.

De mythologie en de kerkelijke iconografie waren grote inspiratiebronnen bij het ontwerpen van illustraties. Balthasar Moretus en P.P. Rubens waren er experten in en genoten de nodige autoriteit om hun visies door te drukken bij het ontwerpen van de illustraties, ook tegenover vooraanstaande theologen.

Illustraties, zeker van Rubens’ hand, en koperplaten waren kostbaar en werden bij latere edities van boeken ook “gerecycleerd”. Zo werd bij een herdruk van het Brevarium Romanum de ontwerptekening, door Rubens gemaakt voor de titelpagina, hergebruikt waarbij wel het pauselijke wapenschild werd vervangen door dat van de toenmalige paus. Omdat Balthasar naar de kosten keek gebruikte hij sommige koperplaten bij het uitgeven van verschillende auteurs.

Opera Omnia van Lipsius
Bijzonder indrukwekkend is de Opera omnia van Justus Lipsius: een levensdroom van Balthasar die een grote bewondering had voor zijn leermeester. Dit meesterwerk zal jaren werk vragen, de uitgave telkens weer uitgesteld vanwege de correcties in foutieve teksten. In 1637 verschenen, na 7 jaar werk, de 4 delen met voor deel I een bijzonder expressieve titelpagina van P.P. Rubens die de politieke en filosofische visies van Lipsius bijzonder mooi weergeeft.

Ook poëzie kwam aan bod, met zelfs een spoor van Rubens’ ijdelheid. Voor een dichtbundel van Bauhusius maakte Rubens een mythologisch ontwerp waarover hij zelf zeer tevreden was.

Quellin wwordt erbij betrokken
Het langdurig bestaan van het barokboek en de navolging moest worden verzekerd.
De vrienden Rubens en Balthasar worden ouder: ze zullen op nog geen jaar interval overlijden en vanaf 1630 wordt E. Quellin betrokken bij de nieuwe ontwerpen. Deze krijgt soms politiek zeer gevoelige onderwerpen, zoals de pamfletten van M. de Morgues, Diverses pieces pour la defense de la royne mere du roy, Hij was de biechtvader van Maria de Medici, door haar zoon Lodewijk XIII uit Frankrijk verbannen en de pamfletten waren gericht tegen kardinaal Richelieu, de adviseur van Lodewijk XIII en Maria’s vijand.

Maria zou alles betalen en vanwege de politieke gevoeligheid zouden de pamfletten zonder verantwoordelijke uitgever worden uitgegeven. Ook het ontwerpen van de titelpagina werd een harde klus en vereiste veel overleg tussen E. Quellin, Balthasar en de auteur. Ondanks dat moest net voor de druk nog een verbetering aangebracht worden en men besloot dan maar op het ontwerp van de titelpagina een correctiestrookje te lijmen!

Een ander voorbeeld van de illustratie-impact bij politiek-historische onderwerpen was te zien in het boek Philippus Prudens die de heerschappij van de Spaanse monarchie verdedigde. Quellin moest de zoon van Filips III van Spanje, Ferdinand, die reeds op
10 jaar tot kardinaal benoemd was en op zijn 25ste als aartshertog Ferdinand landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden werd, in volle wapenuitrusting voorstellen, als politieke leider. Zijn kardinaalshoed was bijzaak.

Kortom, Dirk maakte met ons een fascinerende tocht door de aangrijpende wereld van het barokboek, een wereld van meesterlijke kunst, organisatie en onderhandelingstalent, van vriendschap en samenwerking.

Bedankt Dirk voor al dat moois, de leuke verhalen en weetjes.

Francine Demuylder

TENTOONSTELLING HAUTE LECTURE BY COLARD MANSION

Op initiatief van bestuurslid Mevrouw Ann Van Houtte heeft op vrijdag
18 mei 2018 een uitgelezen groep Vrienden van het Museum Plantin Moretus het voorrecht genoten de prachtige tentoonstelling  Haute Lecture
by Colard Mansion
  in het Brugse Groeningemuseum te  mogen bezoeken.
Bovendien werd deze exclusieve rondleiding verzorgd door een van de  drie medecuratoren, de heer Ludo Van Damme.

meer | minder lezen
De naam Colard Mansion zal de meeste Antwerpenaren vreemder in de oren klinken dan die van Christoffel Plantin, die pas een eeuw na Colard Mansion in de Metropool als drukker een zekere vermaardheid verwierf. Nochtans genoot Colard Mansion tussen 1457 en 1484, volop in de Brugse Gouden Eeuw, een niet te onderschatten bekendheid als succesvolle ondernemer in de boekenwereld. Hij maakte immers de overgang mee van de manuscripten naar de gedrukte  incunabelen. Over de levensloop van deze drukker  voor 1457 en na 1484 tast men volledig in het duister.

Colard Mansion  wist zich in zijn atelier te omringen door talentrijke miniaturisten, schilders, etsers en drukkers. Hij ontwikkelde zelfs een eigen specifiek typografisch gotisch druklettertype. Zijn luxe-uitgaven, de meeste in het Frans opgesteld, soms in het Latijn, werden alle prachtig geïllustreerd, een streling voor het oog. Zij waren bestemd voor een zeer elitair en aristocratisch publiek, waaronder de Hertogen van Bourgondië. Vermeldenswaardig zijn de prachtige uitgaven van de Metamorfosen van de Latijnse dichter Ovidius, en  het boek  De la Ruyne des nobles hommes et femmes  van de Italiaanse humanist Boccaccio.

De curatoren van de tentoonstelling waren erin geslaagd de totaliteit van de 24 door Colard Mansion gedrukte werken tentoon te stellen: wereldwijd verspreid maar de meeste in het bezit van de Brugse Openbare Bibliotheken en van de Brugse Musea, alsook van de Bibliothèque Nationale de France, waarvan de conservator der drukwerken tussen 1794 en 1834, de te Brugge geboren en opgeleide Franse geleerde en bibliothecaris Joseph-Basile Van Praet was.

Dankzij deze tentoonstelling werden de bezoekers ten volle gedompeld in de bijzondere artistieke en culturele atmosfeer van de eeuw van Karel de Stoute en van Hans Memling.

Jean-Pierre Tricot

Uitstap naar de Villa Cavrois en Les Chrétiens d’Orient

Op 15 maart 2018 bezochten een veertigtal Vrienden van MPM of leden van de Antwerpse bibliofielen de Villa van Cavrois in Croix nabij Roubaix en de tentoonstelling Les Chrétiens d’Orient in Tourcoing.
Organisator Frans van den Brande, bestuurslid van de Vrienden MPM, had de uitnodigingen nog niet verstuurd of alle plaatsen waren volzet. Hij was beperkt tot 40 deelnemers omdat de Franse gidsen maar groepen van maximaal 20 man aanvaardden. Een tiental personen kwam hierdoor op een wachtlijst.

Het werd een zeer fijne dag voor de deelnemers. Het was een vriendendag puur sang. Leerrijk, interessant en aangenaam omdat het gezelschap blijkbaar goed op mekaar aansloot te merken aan de vele spontane gesprekken onderling.

Vriend MPM Grauwels vatte het een dag later zo samen
Waarde Heer van den Brande, gegroet,
Gisteren straalde tussen de regenbuien en ander ontij een confrontatie ‘s morgens met het tot het uiterste gedreven modernisme van de villa Cavrois, het fijne etentje en tijdens de namiddag het mirakel van ” les Chrétiens d’ Orient” nooit tevoren van gehoord. Het werd ons opgediend met een afgewogen dosis eclectisme, historische kennis, juiste verbanden met het heden en achtergrond – informatie voor de complexe problemen van het Midden-Oosten.
Een galadiner voor alle medereizigers geestig gebracht cum laude door een meester van het peripatetisch onderricht.
De zon straalde zonder verpozen in ons gemoed. Doe zo verder a.u.b.
Rossana en Wilfried Grauwels – Alva, 
uw dankbare medereizigers.
Continue reading

Metamorfose

Op maandag 27 november nodigde Goran Proot ons uit op zijn tentoonstelling Metamorfose. Een groep kwam om 10 uur, de andere om 11.

Tijdens zijn boeiend betoog besprak Goran hoe de vormgeving van boeken zich ontwikkelde sinds de introductie van het drukken met losse loden letters in Aalst in 1473 tot 1541; hoe Dirk Martens en Joannes van Westfalen hun eerste boek zouden vormgeven; hoe de boeken er na enkele generaties uiteindelijk anders gaan uitzien; op welke manier het luxeboek voor een kapitaalkrachtige elite rond 1480 verandert in een handzaam en toegankelijk product voor een brede waaier van doelgroepen in de jaren 1530.

meer | minder lezen

Aan de hand van 46 boeken uit de vroegste periode van de drukpers schetste Goran de delicate metamorfose van de vormgeving. Hij belichtte de overeenkomsten en verschillen met handschriften en behandelde de overgang van gotische naar romeinse lettertypen. Ook stond hij stil bij de ontwikkeling van de titelpagina en het vindingrijke spel met de typografie.

In de tentoonstelling schitterden het oudste gedrukte boek van Belgische bodem en  nog 17 andere 15e-eeuwse drukken. Deze lagen naast 2 dozijn pareltjes van ontluikende renaissancetypografie.
De prachtwerken komen alle -op het oudste boek na- uit privéverzamelingen van Vlaamse bibliofielen. Van sommige van deze uiterst zeldzame edities zijn geen andere exemplaren op Belgische bodem bekend. Andere exemplaren zijn dan weer uniek door hun frisheid en prachtige tinten waarmee ze in de 15e en vroege 16e eeuw met de hand werden ingekleurd.

Alle aanwezige Vrienden MPM waren zeer tevreden dat ze deze tentoonstelling met de enthousiaste uitleg van Goran Proot hadden bijgewoond.

Bezoek aan Conn3ct in EHC en Lutherse lente in de Sint-Andrieskerk

Op 16 augustus 2017 verzamelden een aantal Vrienden MPM op het Hendrik Conscienceplein om in de prachtige Nottebohmzaal van het EHC de tentoonstelling Conn3ct te bezoeken. Bestuurslid Frans Van den Brande, expert rond Luther, had ons uitgenodigd om zowel deze tentoonstelling als die van de Sint-Andrieskerk te bezoeken.

meer | minder lezen
 

De tentoonstelling gaf een impressie van hoe communicatie in het verleden en heden verliepen.  De interactieve expo Conn3ct zette beide media tegenover elkaar. Negen multimediale consoles en 50 boeken uit de vroege zestiende eeuw toonden het verband tussen de kracht van de drukpers toen en de impact van de sociale media nu.
Beide media groeiden uit tot massamedia met ongekende mogelijkheden, pamfletten en tweets werden/worden als instrumenten gebruikt van ideeënverspreiding of polemiek.

Vijf eeuwen geleden schreef Luther korte pamfletten die in één dag werden geproduceerd en zijn tegenstanders deden hetzelfde. Ze lieten de persen draaien, ontketenden revoluties en verdeelden de wereld in voors en tegens.

In Antwerpen werd Luthers hervorming snel populair. Maar de overheid trad er streng tegen op. Zo werden in 1523 in Brussel twee Antwerpse augustijnen als ketters verbrand. Toch bleef de lutherse gemeenschap in Antwerpen nauwe contacten onderhouden met Luther, zoals deze brief laat zien. Luther laat zich hierin negatief uit over de Antwerpse sekte van ‘loisten’, een soort wederdopers, volgelingen van een zekere Eligius Pruystinck (actief 1525-1544), ook wel bekend als ‘Loy de Schaliedekker’.

Nadat de aanwezigen de prachtige selectie boeken hadden bekeken, met bijkomend commentaar van Frans die honderduit vertelde, en ook de moderne varianten van communicatie hadden uitgeprobeerd werd er koers gezet naar de Sint-Andrieskerk.

 

We namen niet de kortste weg, wel een weg waar we door Frans weer op heel wat geschiedkundige wetenswaardigheden werden getrakteerd.
We passeerden langs de gebouwen van AMUZ. Dit was voordien een augustijnerklooster, maar dan wel van de contrareformatorische tijd. De kerk werd gebouwd door Wenceslas Cobergher tussen 1615 en 1618 onder impuls van de zeer katholieke aartshertogen Albrecht & Isabella. Het oorspronkelijk augustijnerklooster werd ruim een eeuw eerder gebouwd, weliswaar elders: op de plaats waar nu de Sint-Andrieskerk staat. Omdat de monniken van dat klooster sympathiseerden met Luthers leer werden er twee terechtgesteld en hun klooster vernield.

Via de Kammenstraat liepen we door de Ijzerenwaag richting Nationalestraat en de Augustijnenstraat. Dit bracht ons door de straat waar de rijke Joodse bankiersfamilie Fugger een concessie had om ijzer te wegen en te verhandelen langs de haven: IJzerenwaag. Die Fuggers – oude Antwerpenaars kennen wellicht nog de afgeleide bijnaam ‘rijke fokker’ voor een welstellend iemand – werkten eigenlijk mee in het opzetten van een systeem van financiële ondersteuning en leningen voor de bouw van de Sint-Pieterskerk in Rome. Zij zorgden voor de kapitalisering van de aflaatgelden. Net die koehandel van de aflatenpraktijk was een doorn in het oog van Maarten Luther.

Verder op het pleintje staat het standbeeld van dichter Thedoor Van Rijswijck. Een gelegenheid om te vertellen over de strijd tussen liberalen en katholieken in de negentiende eeuw. De liberalen zullen de ontvoogdingsstrijd van de protestanten, kernachtig uitgedrukt in de leuze “Vive les Gueux” ideologisch recupereren en naar hun hand zetten. De zestiende eeuw wordt dan het imago van het liberalisme, ook in de architectuur en de kunst.

De zeer leerrijke wandeling werd afgesloten met een pauze in de kerk van Sint-Andries waar we op koffie werden getrakteerd door pastoor Rudi Mannaerts.

 

Na de koffie nam Frans ons mee in de tentoonstelling Lutherse Lente waar hij geheel in zijn sas kon vertellen over Luther.

UItstap naar het Arthur Merghelynck Museum en het Kasteel Beauvoorde

Op 10 juni organiseerde de vriendenvereniging een uitstap naar het Hotel Merghelynck in Ieper en het Kasteel Beauvoorde in Wulveringem .

meer | minder lezen

Alhoewel iedereen met Ieper meteen de associatie maakt met WO I en Flanders Fields heeft deze stad ook andere bezienswaardigheden. De Vrienden van het Museum Plantin-Moretus zorgden dat wij alvast de kans kregen om het Hotel Merghelynck te bezoeken. Deze patriciërswoning werd opgericht in 1774 door François Merghelynck, trésorier en hoofdbaljuw. In 1892 werd het hotel aangekocht door Arthur Merghelynck, stadsarchivaris en achterkleinzoon van de oorspronkelijke bouwheer. Arthur Merghelynck richtte het huis in, in Franse stijl met prachtige salons en boudoirs met een mooie collectie van zilverwerk, schilderijen en Chinees en Japans porselein. In 1894 werd het museum en toegankelijk voor het publiek. In 1908 schonk Merghelynck het, samen met het kasteel in Beauvoorde, bij testament aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten, Wetenschap en Letteren. In 1915 werd het huis volledig verwoest door bombardementen. Gelukkig was de inboedel in veiligheid gebracht, zodat na de heropbouw in beginjaren ’30, het huis terug zijn oorspronkelijkheid terug kreeg. De museumopstelling heeft respect voor het verleden maar legt ook waardevolle hedendaagse accenten. Zeker een aanrader!

Na een gezellige lunch ging het dan richting Wulveringem (Veurne) voor een bezoek aan het kasteel Beauvoorde. Dit kasteel met oorsprong in de 12de eeuw werd in 1875 gekocht door Arthur Merghelynk. Hier kon de romanticus zichzelf volledig laten gaan met een wel erg persoonlijke visie op de verbouwing en inrichting van een middeleeuws kasteel. En misschien is dat nu het interessante aan deze plek, de veranderende inzichten op het verleden, hoe we daar mee omgaan en hoe we dit verleden conserveren, tonen en communiceren. Waar Hotel Mergelynck in Ieper harmonie uitstraalt, heb je in dit kasteel moeite om echt en onecht te onderscheiden. Een aanrader is het mooie park rond het kasteel, de dorpskerk en het harmonieuze kerkhof. Ook de museumshop met streekproducten verdient een bezoek.

Een mooi en waardevol bezoek, een fijne dag. Hier past dank aan An Van Houtte voor de organisatie.

Erna Croenen